De spirit in het ongerepte landschap van Fenny van de Wal

Fenny van de Wal is gespecialiseerd in landschapschilderkunst. Zij heeft prachtige, kleine, dikke schilderijtjes en grote, brede formaten. Het zijn zonder uitzondering ruimtes in de ongerepte natuur, met een verre blik op de einder.
De schilderijen van Fenny van de Wal betreffen dus het landschap. En dan alleen een vorm van uitgepuurd landschap. De schilderijen zijn zonder uitzondering vrijwel lege vergezichten, breed ruimtelijk in een weidse blik. De wijze van schilderen is effectief, namelijk in de transparantie en schraperigheid, hard en zacht gaan smeuïg langs elkaar heen in verflagen. Het onderwerp, misschien beter het verbeelde, het opgeroepene is bijvoorbeeld een plas. Het licht is flets, heiig, maar het beeld is scherp. Dat wil zeggen twijfelloos.
Het schilderij is een rivierbocht, soms een meer. Of een harde streep bergen aan de einder. Maar nergens mensen, geen dieren, geen cultuur, er is nauwelijks meer dan de suggestieve ruimte, er zijn geen uitgewerkte details. Het is allemaal ijl, transparant en met een weloverwogen spanning. Fenny van de Wal ervaart het landschap als levend. Het levende landschap heeft een herinnering, het draagt de sporen van verleden.
Het landschap is dus mentaal. Mogelijk is het werk van Fenny van de Wal zelfs als verinnerlijkt landschap op te vatten. Het is levend, vol van herinnering. Het is
niet geschilderd als een momentopname, maar als een gevoel.
Haar wijze van schilderen is dan ook geen nabootsing, maar herervaren.
Het landschap is nu uiterst summier gehouden, waarschijnlijk om het generale ervan te benadrukken. De verfpartijen zijn vaak bewerkelijk. De olie gaat in lagen over elkaar heen, gevoelig aangebracht en zoekend. Vaak met het mes. Maar zonder aarzeling. Het is de opvatting van schilderen als een daad, na weloverwogen keuzes. Schilderijen moeten groeien, het gaat soms stug en traag. Voor het schilderen is een rust nodig, orde en geduld.
De ruimte die Fenny creëert is een schilderkunstige ruimte, die refereert naar een reële of tastbare ruimte. Maar niet een op een, want het is alsof Fenny van de Wal meer ruimte oproept dan dat er wezenlijk is. Dat zou het gevolg kunnen zijn van het feit dat zij vanaf reproductie werkt, soms naar gedeeltelijk zelf gefotografeerde studies of andere afbeeldingen. Ik geloof eerder dat het komt doordat zij niet schildert in de natuur, maar naar de spirit van de natuur, in de samenhang van elementen als wind, water en rietkragen. De ijle lucht boven keiharde rotswanden. Het onderwerp is niet zozeer geïdealiseerd als wel doorvoeld. Niet vaag, want de plekken worden intensief bezocht en bestudeerd. Er zijn schetsen en fotostudies.
Oorspronkelijk ontstonden schilderijen in relatie met de directe omgeving van haar ouderlijk huis. Vanuit een logica, want hier is de herinnering het sterkst verbonden met de eigen identiteit. Het is het vaderland en de moederschoot. Opmerkelijk genoeg is enige jaren geleden dit landschap van Fenny’s jeugd door het Waterschap geadopteerd en heeft het dus een beschermde status gekregen. De Vecht wordt nu opnieuw in oude lussen teruggevoerd. Het rivierlandschap wordt ‘hersteld’, maar in de ogen van Fenny is dat fixeren een absurditeit. Haar landschapsbeleving heeft juist die transformatie, voortdurend en vanzelfsprekend, als inspiratiebron. Maar het feit dat haar vaderland tot beschermd landschap is verheven bevestigt wel het bijzondere en ook het mysterieuze van haar jeugdervaringen in dat landschap. Het mysterieuze is de machtige, innerlijke stem van de natuur, die doorklinkt in haar werk, de blik van de vogelvlucht over immense weidsheid.



Copyright Allart Lakke, juli-augustus-september 2008.